ECLI:NL:CRVB:2013:2507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens te late melding eigenrisicodrager
Appellante, een eigenrisicodrager voor de Ziektewet, diende een ziekmelding in voor een werknemer die binnen de compensatieregeling van artikel 29d ZW viel. Het UWV besloot de uitkering niet uit te betalen over de periode van 18 oktober 2010 tot 25 januari 2011 wegens een te late melding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de melding tijdig was gedaan. Appellante stelde dat zij tijdig had gemeld met een formulier van 12 augustus 2010, maar dit formulier was een algemeen ziekmeldingsformulier voor eigenrisicodragers en bevatte geen duidelijke melding van een mogelijke aanspraak op grond van artikel 29d ZW. Pas met het formulier van 26 januari 2011 werd duidelijk dat aanspraak werd gemaakt op de compensatieregeling.
De Raad oordeelde dat de melding pas op 26 januari 2011 als tijdig kon worden beschouwd, terwijl de melding uiterlijk vier dagen na het verstrijken van 13 weken ongeschiktheid had moeten plaatsvinden. Het feit dat de werknemer geruime tijd niet aanspreekbaar was, leidt niet tot een ander oordeel. Appellante had zelf de plicht om navraag te doen en kon ook het UWV verzoeken dit te onderzoeken. Het hoger beroep is daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de melding te laat was en weigert de Ziektewet-uitkering over de betreffende periode uit te betalen.