ECLI:NL:CRVB:2013:2513
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering voor kind uit gemengd huwelijk zonder directe vervolging
Appellante, geboren in 1944 uit een gemengd huwelijk met een Joodse vader die in Auschwitz is overleden, verzocht om een WUV-uitkering. De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) wees dit af omdat appellante geen vervolging had ondergaan en geen ziekten of gebreken had die verband hielden met het overlijden van haar vader.
De Raad vernietigde eerder het besluit wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldig onderzoek. Na nader onderzoek en een nieuw besluit bleef de weigering gehandhaafd. Uit het onderzoek bleek geen onderduik en geen duidelijke ongunstige omstandigheden ten opzichte van andere kinderen uit gemengde huwelijken.
Medisch onderzoek toonde aan dat de psychische klachten van appellante vooral voortkomen uit haar problematische opvoeding en traumatische ervaringen na de oorlog, niet direct uit het overlijden van haar vader. De Raad concludeerde dat dit onvoldoende is voor gelijkstelling als vervolgingsslachtoffer volgens de WUV.
Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.