Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure over bedrijfskapitaal en uitkering levensonderhoud op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004.
De Raad constateerde dat de redelijke termijn vanaf ontvangst van het bezwaarschrift tot uitspraak rechtbank ruim twee jaar en vier maanden bedroeg, waarbij de rechterlijke fase met ruim drie maanden werd overschreden. De Staat erkende deze overschrijding en bood een vergoeding van € 500 aan, conform jurisprudentie.
Het college stelde dat een deel van de vertraging niet aan haar toe te rekenen was wegens opschortingen op verzoek van verzoeker. Verzoeker stemde in met de vergoeding van de Staat, maar eiste ook vergoeding van het college.
De Raad oordeelde dat de vergoeding van € 500 passend is voor de overschrijding van ruim vier maanden en wees het verzoek tegen het college af. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 236.
De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen namens de Centrale Raad van Beroep op 22 november 2013.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn; het verzoek tegen het college wordt afgewezen.