ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- C.G. Kasdorp
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskapitaal en beoordeling redelijke termijn bij Bbz 2004
Appellant vroeg meerdere keren bedrijfskapitaal en een uitkering voor levensonderhoud aan op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college wees de aanvraag voor bedrijfskapitaal aanvankelijk af, maar kende later een lening toe. Appellant stelde dat hij schade had geleden door de late toekenning en dat de redelijke termijn was overschreden.
De Raad constateerde dat appellant onvoldoende concreet had onderbouwd op welke wijze hij door het deskundigenadvies van Persoza was geschaad. Het college mocht afgaan op dit zorgvuldig tot stand gekomen advies. De eerdere procedure over de eerste aanvraag was al doorlopen zonder succes voor appellant. Daarom verklaarde de Raad het bezwaar tegen de afwijzing van het bedrijfskapitaal ongegrond.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn stelde de Raad vast dat de totale procedure bijna tweeënhalf jaar duurde, waarbij de behandeling van bezwaar en beroep samen de redelijke termijn overschreden. De rechtbank had dit onvoldoende onderzocht en het verzoek tot vergoeding van immateriële schade ten onrechte afgewezen. De Raad vernietigde dit onderdeel van de uitspraak en besloot het onderzoek te heropenen, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij werd aangewezen.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het bedrijfskapitaal wordt ongegrond verklaard en het onderzoek naar vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.