ECLI:NL:CRVB:2013:2555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een wisselwoning waar op 11 mei 2011 een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug vanwege schending van de inlichtingenplicht. Appellant voerde aan dat hij de woning niet bewoonde en geen huurovereenkomst had, en dat een vriend de kwekerij zou hebben geëxploiteerd.
De Raad oordeelde dat de inschrijving, het ophalen van sleutels, het ontvangen van post en het betalen van huur voldoende bewijs zijn dat appellant als huurder moet worden beschouwd. De aanwezigheid van de hennepkwekerij rechtvaardigt de veronderstelling dat appellant (mede)exploitant was en inkomsten genoot. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen met bewijs.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.