Uitspraak
22 november 2011, 10/1825 en 10/2546 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, medewerker bij de FIOD van de Belastingdienst, werd door een reorganisatie geconfronteerd met een plaatsingsbesluit. De Staatssecretaris bood hem een functie aan in een andere vestiging, die hij weigerde. Vervolgens werd hem een passende functie in zijn eigen standplaats toegewezen, die hij ook niet accepteerde. De rechtbank oordeelde dat betrokkene als herplaatsingskandidaat had moeten worden aangemerkt en vernietigde de besluiten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen sprake was van overtolligheid, omdat betrokkene zijn functie elders kon voortzetten. Zijn weigering om die functie te aanvaarden leidde ertoe dat de toebedeelde functie passend was en aanvaard moest worden op grond van het ARAR. Daarnaast had betrokkene geen recht op de gevraagde faciliteiten omdat hij niet langer de status van aangewezen ambtenaar had.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen de besluiten ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot plaatsing en afwijzing van faciliteiten worden ongegrond verklaard.