Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 236,-;
- veroordeelt de PUR in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 236,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De zaak werd aanvankelijk behandeld door de Raadskamer WUBO, later overgenomen door de PUR.
Na eerdere uitspraak waarbij het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding, hebben partijen schriftelijke uiteenzettingen ingediend. De Raad besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten.
Partijen waren het eens over de overschrijding van bijna een jaar en de bereidheid van de Staat tot vergoeding van € 1.000,-. Het geschil betrof alleen de proceskosten. De Raad oordeelde dat er geen procesbelang bestond bij het verzoek om schadevergoeding en verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk.
Tegelijk veroordeelde de Raad de Staat en de PUR elk tot betaling van de helft van de proceskosten van verzoeker, begroot op € 472,-. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 28 november 2013.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt niet-ontvankelijk verklaard; Staat en PUR veroordeeld tot betaling van proceskosten.