ECLI:NL:CRVB:2013:2616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en vaststelling arbeidsongeschiktheid na vestibulaire klachten en CVS
Appellant, voormalig treinsurveillant, heeft meerdere verzoeken ingediend tot herziening van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen beperkingen door vestibulaire klachten, CVS en migraine. Na diverse onderzoeken en rapportages, waaronder van KNO-arts dr. Bruintjes, is vastgesteld dat de beperkingen sinds 29 januari 2004 niet zijn toegenomen.
De Raad heeft het deskundigenrapport en nadere verklaringen zorgvuldig gewogen en oordeelt dat de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave is van de beperkingen. De functies waarop de WAO-uitkering is gebaseerd, worden medisch geschikt geacht, ondanks de noodzaak van herstel na reizen en beperkingen bij vervoer.
Het beroep van appellant op het Protocol CVS en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, evenals zijn stelling dat het maatmanloon onjuist is toegepast. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en verklaart het beroep tegen het besluit van 8 december 2009 ongegrond, waarmee de WAO-uitkering terecht is vastgesteld met ingang van 29 januari 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de WAO-uitkering met ingang van 29 januari 2004 en verklaart het beroep van appellant ongegrond.