ECLI:NL:CRVB:2010:BO7222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks diagnoseverschil CVS
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV het verzekeringsgeneeskundig protocol Chronische Vermoeidheidssyndroom (CVS) correct had toegepast en de belastbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar CVS-diagnose en het protocol niet juist had gevolgd. De Raad oordeelde dat het protocol als hulpmiddel dient en niet elk punt expliciet benoemd hoeft te worden. De bezwaarverzekeringsarts had de medische beperkingen adequaat vastgesteld, inclusief vermoeidheidsklachten en beperkingen in belastbaarheid.
De functies die als passend werden aangemerkt zijn medisch verantwoord. De Raad zag geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.