ECLI:NL:CRVB:2013:2637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering restant vordering bijstand ondanks stilzitten college
De appellant ontving bijstand op grond van de WWB, waarbij het college een inhouding toepaste ter verrekening van een restantvordering van €3.998,26 die door de kantonrechter was toegewezen. Het college had eerder drie andere vorderingen buiten invordering gesteld.
Appellant stelde dat het vertrouwensbeginsel hem beschermt tegen deze inhouding, omdat het college na 2000 niet tot invordering was overgegaan en hij sinds 2009 weer bijstand ontving zonder dat het college actie ondernam. De Raad overwoog dat voor een beroep op het vertrouwensbeginsel uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen nodig zijn, die hier ontbraken.
Daarnaast heeft het college aannemelijk gemaakt dat het jarenlang heeft geprobeerd de vordering te incasseren, maar dit niet lukte vanwege detentie en het ontbreken van inschrijving in de GBA. Een stilzitten van het college levert daarom geen gerechtvaardigde verwachtingen op dat invordering wordt gestaakt. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding op de bijstand ter invordering van de restantvordering van €3.998,26.