ECLI:NL:CRVB:2013:2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering oproepkracht wegens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
Appellante sloot op 6 april 2010 met [G.] een overeenkomst waarin werd vastgelegd dat werkzaamheden op afroep zouden plaatsvinden, zonder dat de werknemer verplicht was gehoor te geven aan oproepen. Na vier oproepen ontstond volgens artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde een Ziektewet-uitkering aan [G.] omdat zij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had en appellante gehouden was loon door te betalen bij ziekte. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het Uwv en later door de rechtbank Arnhem.
In hoger beroep stelde appellante dat de schriftelijke overeenkomst niet de feitelijke afspraken weergaf en dat de administrateur onbetrouwbaar was. De Raad oordeelde echter dat de overeenkomst een voorovereenkomst was en dat pas bij gehoor geven aan een oproep een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ontstond. Na de vierde oproep was er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.