ECLI:NL:CRVB:2013:2710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering op grond van exclusiviteitseis gezamenlijke huishouding
Appellante had een nabestaandenuitkering ontvangen na het overlijden van [D.], maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde later dat deze ten onrechte was toegekend vanwege het ontbreken van een gezamenlijke huishouding exclusief twee personen. Appellante diende een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen omdat zij op het moment van overlijden met [D.] en een derde persoon in een meerpersoonshuishouden leefde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de exclusiviteitseis tussen twee personen vereist is voor de ANW. Appellante stelde in hoger beroep dat deze eis leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van weduwen in Marokko, waar meerdere huwelijken mogelijk zijn en de nabestaandenuitkering verdeeld kan worden.
De Raad overwoog dat het onderscheid tussen de periode vóór en na het verzoek om herziening van belang is en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. Voor de periode na het verzoek was de exclusiviteitseis van toepassing, en de situatie van een meerpersoonshuishouden maakte dat appellante niet als nabestaande kon worden aangemerkt.
Verder oordeelde de Raad dat de ongelijkheid met de situatie in Marokko niet tot een andere uitkomst leidt, omdat het Nederlandse recht geen meervoudige huwelijken kent en bilaterale verdragen niet automatisch rechten aan derden toekennen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.