ECLI:NL:CRVB:2013:2722

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 november 2013
Publicatiedatum
6 december 2013
Zaaknummer
11-4544 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overlijden appellant zonder opvolging

In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Appellant, die het hoger beroep had ingesteld, is op 12 februari 2012 overleden. Pogingen om erfgenamen te traceren die het geding zouden willen voortzetten, bleken vruchteloos.

Na een oproep in de Staatscourant meldden zich geen belanghebbenden die als partij wilden deelnemen. Hierdoor is het processuele belang van appellant komen te vervallen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 20 november 2013.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden appellant zonder opvolging.

Uitspraak

11/4544 WMO
Datum uitspraak: 20 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 juni 2011, 11/1546 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [betrokkene] in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S.R. van Laar, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2013. Voor appellant is verschenen mr. M.J.R. Roethof, voor het college mr. M.A. de Ronde.
Ter zitting is aan de orde gesteld dat appellant op 12 februari 2012 is overleden en dat
mr. Roethof tevergeefs heeft geprobeerd om erven te traceren. Verzocht is om de zitting te schorsen en een oproep te plaatsen in de Staatscourant. Het onderzoek ter zitting is gesloten en het vooronderzoek heropend.
Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de behandeling van de zaak op de zitting van
30 oktober 2013. Voor appellant is op 30 oktober 2013 mr. Van Laar verschenen. Het college heeft zich - met schriftelijke kennisgeving - niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.J. de Mooij en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2013.
(getekend) R.M. van Male
(getekend) M.P. Ketting

TM