ECLI:NL:CRVB:2013:2724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. van Berkel-Kikkert
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over bezwaar tegen verlaging pgb-uurtarief huishoudelijke verzorging
Appellante ontving huishoudelijke verzorging via een persoonsgebonden budget (pgb). In 2009 besloot het college het pgb-uurtarief te verlagen, wat in een brief werd meegedeeld. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk, omdat het zou gaan om een algemeen verbindend voorschrift. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de brief van 19 juni 2009 een besluit is in de zin van de Awb, waartegen bezwaar mogelijk is. Omdat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brief correct is ontvangen, is het bezwaar tijdig ingediend en ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad draagt het college op het gebrek te herstellen en alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van een overgangsperiode vanwege het terugwerkende effect. Daarnaast bevestigt de Raad dat het college terecht stelt dat boodschappen via een boodschappendienst kunnen worden gedaan, mits deze adequaat, beschikbaar en betaalbaar is. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat hieraan is voldaan, maar heeft dit gebrek inmiddels hersteld.
De Raad wijst het beroep deels toe door het college op te dragen het besluit te herstellen, maar volgt appellante niet in haar betoog dat het college in strijd met rechtszekerheid heeft gehandeld door het aantal uren voor boodschappen te beperken.
Uitkomst: Het college moet het bezwaar tegen de verlaging van het pgb-uurtarief alsnog inhoudelijk behandelen en het besluit herstellen.