Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds november 2000 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 27 november 2001 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd in 2004 ingetrokken wegens een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na een melding van verslechterde gezondheid in mei 2008 stelde het UWV vast dat de datum van toegenomen arbeidsongeschiktheid 1 juli 2007 was, waarna een wachttijd van 104 weken gold voor een WAO-uitkering. Tevens werd geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante op die datum niet verzekerd was.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten al voor 1 juli 2007 bestonden en dat zij wel verzekerd was voor de WIA. De Raad oordeelde dat het ingezonden behandelplan uit 2008 geen objectieve medische onderbouwing biedt voor eerdere klachten en dat de psychische klachten terecht buiten beschouwing zijn gelaten bij de beoordeling van de verkorte wachttijd. Tevens was niet gebleken van een dienstverband op 1 juli 2007, waardoor zij niet verzekerd was.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van WAO- en WIA-uitkeringen bevestigd.