ECLI:NL:CRVB:2013:2734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als schoonmaker, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens fysieke en psychische klachten. In 2010 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheidsklasse vast op 35 tot 45%, maar na bezwaar werd deze verlaagd naar 15 tot 25% met ingang van 29 december 2010, gebaseerd op een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit omdat appellant niet in de gelegenheid was gesteld te reageren op nieuw geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze instandhouding en voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat hij niet voltijds kon werken.
De Centrale Raad oordeelt dat de toegenomen beperkingen niet automatisch leiden tot toegenomen arbeidsongeschiktheid volgens de WAO, omdat dit arbeidskundig onderzoek vereist. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de FML correct. De voor appellant geselecteerde functies zijn medisch geschikt. Het verschil in loonwaarde tussen functies uit 2006 en 2008 is verklaarbaar en toelaatbaar.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.