ECLI:NL:CRVB:2013:2750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor dieetkosten wegens ontbreken medische noodzaak bij koemelkallergie
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor dieetkosten vanwege een vermeende koemelkallergie. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af op basis van een medisch advies waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodzaak bestond voor vergoeding van dieetkosten. Appellante stelde dat zij wel degelijk een koemelkallergie heeft, onderbouwd met brieven van artsen, maar gebruikte een niet-wetenschappelijk erkende onderzoeksmethode.
De Raad maakte onderscheid tussen de periode vóór en na het eerdere besluit van 6 oktober 2010. Voor de periode tot die datum werd geoordeeld dat de herhaalde aanvraag geen nieuwe feiten bevatte die een heroverweging rechtvaardigen. Voor de periode daarna rustte de bewijslast op appellante om aan te tonen dat zij nu wel aan de voorwaarden voldoet, wat niet is gelukt.
De Raad wees het verzoek om een deskundige te benoemen af, omdat appellante voldoende gelegenheid had bewijs aan te leveren en de aangevoerde documenten geen medische noodzaak aantoonden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en het hoger beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor dieetkosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.