ECLI:NL:CRVB:2013:2760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet aannemelijk maken woonadres
Appellant diende op 17 februari 2011 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij een woonadres in Utrecht opgaf. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht startte een onderzoek, inclusief onaangekondigde huisbezoeken op het opgegeven adres. Op basis van dit onderzoek weigerde het college de bijstand, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt op het opgegeven adres te wonen en daarmee zijn inlichtingenverplichting had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek en dat hij geen informed consent had gegeven. Ook stelde hij dat hij voldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woonsituatie en dat de rapportage fouten bevatte.
De Raad oordeelde dat er wel degelijk redelijke grond was voor het huisbezoek, gelet op tegenstrijdigheden in de gegevens over de woon- en leefsituatie. Tevens was voldaan aan de eis van informed consent, omdat appellant vooraf toestemming had gegeven na duidelijke uitleg over het doel en de gevolgen van het huisbezoek.
De bevindingen tijdens het huisbezoek toonden aan dat appellant niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde, onder meer vanwege het ontbreken van persoonlijke bezittingen en tegenstrijdige verklaringen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt op het opgegeven adres te wonen.