ECLI:NL:CRVB:2010:BN2458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijkheid woonadres
Appellant diende een aanvraag om bijstand in, maar het College weigerde deze omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bewijsstukken over zijn woonadres had verstrekt. Het team fraudebestrijding voerde een onderzoek uit, waarbij appellant niet de gevraagde documenten zoals huurcontract en bewijs van huurbetaling kon overleggen. Tijdens een huisbezoek werden bovendien aanwijzingen gevonden die de opgegeven woonsituatie niet ondersteunden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat het College terecht de aanvraag afwees omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting zoals voorgeschreven in artikel 17 van Pro de WWB. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand volgens artikel 11 van Pro de WWB.
De Raad wees ook de stelling van appellant af dat zijn medische toestand (suikerziekte) zijn gedrag tijdens het huisbezoek verklaarde, omdat dit onvoldoende was onderbouwd. De Raad concludeerde dat appellant onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt over zijn woonadres, wat rechtvaardigt dat het College de aanvraag afwees.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over het woonadres en schending van de inlichtingenverplichting.