ECLI:NL:CRVB:2013:2765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding en geen acute noodsituatie
Appellant heeft op 7 september 2011 bij het UWV Werkbedrijf een aanvraag om bijstand ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Menterwolde op 3 oktober 2011 werd afgewezen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met zijn ex-partner. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar op 27 februari 2012 ongegrond. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Groningen, die het beroep ongegrond verklaarde met de overweging dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat geen acute noodsituatie bestond voor toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB.
In hoger beroep betoogde appellant dat er wel sprake was van een acute, levensbedreigende noodsituatie. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de te beoordelen periode loopt van 7 september 2011 tot en met 3 oktober 2011 en dat appellant het oordeel over de gezamenlijke huishouding niet had bestreden. De Raad oordeelde dat artikel 16, eerste lid, van de WWB alleen ziet op personen die niet tot de kring van rechthebbenden behoren, terwijl appellant bijstand werd geweigerd vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding, waardoor de uitzonderingsbepaling niet van toepassing is.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens gezamenlijke huishouding en het ontbreken van een acute noodsituatie.