ECLI:NL:CRVB:2013:2791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget ondanks intensieve zorg en administratieve tekortkomingen
Appellanten, de erven van een overleden zorgbehoevende moeder, maakten bezwaar tegen een terugvordering van het persoonsgebonden budget (pgb) door het Zorgkantoor over de jaren 2006 en 2007. Het Zorgkantoor vorderde een bedrag van ruim €18.000 terug wegens het ontbreken van controleerbare administratieve verantwoording van de besteding van het pgb.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het Zorgkantoor bevoegd was tot terugvordering, mede omdat appellanten geen schriftelijke zorgovereenkomsten of facturen konden overleggen, ondanks de intensieve zorgbehoefte van moeder. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het niet redelijk was om schriftelijke overeenkomsten te eisen gezien de omstandigheden en dat het Zorgkantoor onzorgvuldig handelde door betalingen voort te zetten na het overlijden van moeder.
De Raad erkent de begrijpelijkheid van de situatie, maar benadrukt dat de rechtmatigheid van de besteding van het pgb objectief moet kunnen worden gecontroleerd. Het niet kunnen overleggen van administratieve verantwoording maakt dit onmogelijk. Ook het voortzetten van betalingen na overlijden is betreurenswaardig, maar vormt geen grond om de belangenafweging van het Zorgkantoor onredelijk te achten.
Daarom wordt het hoger beroep van appellanten verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van het pgb wordt bevestigd.