Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. met instemming van de betrokken ambtenaar en na schriftelijke vastlegging of
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de Dienst Waterpolitie, verzocht om een verschuivingsvergoeding voor diensten op 27, 28 en 29 mei 2009, omdat hij meende dat de aanvangstijden van zijn diensten binnen vier dagen voor aanvang waren vervroegd. De korpschef wees dit verzoek af, en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit echter wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en beval een nieuw besluit.
In het nieuwe besluit handhaafde de korpschef de afwijzing. Appellant stelde dat het perioderooster andere aanvangstijden vermeldde dan het dagrooster, en dat hij pas kort voor de diensten op de gewijzigde tijden was geïnformeerd, waardoor recht op vergoeding zou bestaan.
De Raad oordeelde dat het recht op verschuivingsvergoeding alleen geldt bij een daadwerkelijke verschuiving in het dagrooster, niet bij verschillen tussen het perioderooster en het dagrooster. De vaststelling van diensttijden vindt plaats in het dagrooster en deze waren niet gewijzigd. De kennisname binnen vier dagen is niet bepalend. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verschuivingsvergoeding wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een verschuiving in het dagrooster.