ECLI:NL:CRVB:2013:2861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand en algemene bijstand over periode voorafgaand aan melding
Betrokkene werd op 30 juni 2009 ontslagen en vroeg met terugwerkende kracht bijstand aan over de periode tot 29 januari 2010. Zij werd gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op 14 januari 2010. Het college wees bijzondere bijstand af voor de woonlasten omdat de executoriale verkoop van haar woning onvermijdelijk was en verleende algemene bijstand slechts vanaf de datum van aanvraag.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen over de periode van 18 november 2009 tot 29 januari 2010. In hoger beroep betoogde betrokkene dat zij door haar opname niet in staat was eerder bijstand aan te vragen en dat de woonlasten wel noodzakelijke kosten waren. Het college stelde dat zij zich niet had gemeld voor bijstand maar voor een WW-uitkering.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde voor bijzondere omstandigheden voor de periode vóór 18 november 2009 en dat de woonlasten geen noodzakelijke kosten waren. De melding bij het UWV op 18 november 2009 was wel een melding voor bijstand. De woon- en leefsituatie was onduidelijk tot 14 januari 2010, waarna betrokkene in aanmerking komt voor bijstand volgens de norm voor alleenstaanden in een inrichting. Het college werd veroordeeld tot schadevergoeding en kostenveroordeling.
Uitkomst: Betrokkene ontvangt bijstand vanaf 14 januari 2010 volgens de norm voor alleenstaanden in een inrichting; bijzondere bijstand wordt afgewezen.