ECLI:NL:CRVB:2013:2874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inkomensvoorziening WIJ wegens gezamenlijke huishouding
Appellante heeft op 7 februari 2011 een aanvraag ingediend voor een werkleeraanbod en inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college van burgemeester en wethouders van Venlo weigerde deze voorziening op 8 april 2011 na een onderzoek, waarin werd vastgesteld dat appellante en de vader van haar kind gezamenlijk een huishouden voeren.
Het onderzoek bestond uit een onaangekondigd huisbezoek, observaties in de omgeving en een gesprek met appellante. Hierbij werd vastgesteld dat de vader van het kind regelmatig op het uitkeringsadres verbleef, ook doordeweeks, en dat er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd, omdat op objectieve gronden is vastgesteld dat sprake is van een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3, derde lid, van de WIJ. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellante na confrontatie met feiten betrouwbaar zijn en dat de wederzijdse zorg is aangetoond.
De Raad concludeert dat het college terecht de inkomensvoorziening heeft geweigerd en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de inkomensvoorziening wegens gezamenlijke huishouding.