ECLI:NL:CRVB:2013:2915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- H.G. Rottier
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag
Appellant was sinds oktober 2009 in dienst van een werkgever en heeft op 25 januari 2011 zelf ontslag genomen, wat door werkgever schriftelijk is bevestigd. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV wees deze af wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogt appellant dat het UWV onvoldoende onderzoek deed en dat hij toestemming had voor verlof, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad stelt vast dat het ontslag op eigen verzoek is genomen, ondersteund door verklaringen van collega’s en de werkgever, en dat appellant geen objectieve bewijsstukken overlegt.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd omdat de dienstbetrekking door of op verzoek van appellant is beëindigd zonder dat voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door eigen ontslag.