De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) inzake de toekenning van een indicatie voor AWBZ-zorg (ZZP). Na een tussenuitspraak heeft CIZ aanvullend medisch onderzoek laten verrichten naar de psychiatrische aandoening van appellant en de beperkingen die daaruit voortvloeien.
Het nieuwe besluit van CIZ, genomen op 17 september 2013, motiveert dat appellant ondanks zijn psychiatrische problematiek niet in aanmerking komt voor de aangevraagde indicatie. Appellant voerde geen nieuwe beroepsgronden tegen dit besluit aan, maar stelde dat het besluit buiten beschouwing moest blijven vanwege overschrijding van de termijn. De Raad oordeelde dat dit niet tot gevolg heeft dat het besluit buiten beschouwing wordt gelaten, aangezien appellant niet in zijn belangen is geschaad.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerdere besluit van 11 mei 2010 en verklaarde het beroep gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure niet langer dan vier jaar duurde. CIZ werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.