ECLI:NL:CRVB:2013:2968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar over zitbeperkingen
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een stratenmakerbedrijf, ontvangt een WAZ- en WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Het UWV besloot op 12 april 2010 de uitkeringen niet te herzien, wat bij bezwaar op 22 juli 2011 werd bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de motivering van de bezwaararbeidsdeskundige over de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperking bij het zitten, met name de noodzaak tot verzitten, onjuist was weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies niet aan zijn beperkingen voldeden. De Raad oordeelt dat de rechtbank de gronden juist heeft beoordeeld en dat appellant geen nieuwe informatie heeft aangeleverd die twijfel aan de medische beoordeling rechtvaardigt.
De Raad stelt vast dat de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies voldoende heeft gemotiveerd. Omdat er geen sprake is van een gedwongen zithouding in deze functies, is voldoende verzitten mogelijk. De CBBS-gegevens, samen met verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige rapporten, maken inzichtelijk en toetsbaar dat de functies geschikt zijn. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering omdat de geselecteerde functies geschikt zijn ondanks de zitbeperkingen van appellant.