ECLI:NL:CRVB:2013:2973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.C.W. Lange
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete AOW-pensioen wegens niet melden detentie
Appellant vroeg in juni 2009 een AOW-pensioen aan en gaf daarbij een woonadres op. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe per 1 oktober 2009. Later bleek dat appellant vanaf april 2008 in detentie verbleef, wat hij niet had gemeld. De Svb trok het pensioen met terugwerkende kracht in en legde een boete op wegens schending van de mededelingsplicht.
De rechtbank matigde de boete en oordeelde dat appellant de mededelingsplicht niet opzettelijk had geschonden. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet wist dat detentie relevant was voor de AOW en dat artikel 8b AOW toen nog niet van kracht was. De Raad oordeelde dat appellant voor de inwerkingtreding van artikel 8b niet verplicht was zijn detentie te melden, maar dat dit na 1 juli 2009 wel redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn.
De Raad bevestigde dat de Svb de herziening en terugvordering terecht toepaste, dat het beleid van de Svb consistent werd gevolgd en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Ook de boete werd bevestigd, omdat de mededelingsplicht na 1 juli 2009 werd geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen met boeteoplegging wordt bevestigd.