ECLI:NL:CRVB:2013:708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken vier weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken vanwege een afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2010 heeft het UWV een onderzoek ingesteld en geconcludeerd dat er geen sprake was van vier weken onafgebroken toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was verricht. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en voerde zij aan dat haar beperkingen ernstiger waren, onderbouwd met verklaringen van familie en haar psychiater.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en stelt vast dat de psychische situatie van appellante niet wezenlijk is gewijzigd en dat de aangevoerde gegevens onvoldoende onderbouwing bieden voor een toename van de arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.