Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1991, laatstelijk als aanvulling op hun ouderdomspensioen. Na een melding in 2007 over onroerende zaken op naam van appellant op Curaçao, stelde het Internationaal Bureau Fraude een onderzoek in. Hieruit bleek dat appellant sinds 1963 diverse onroerende zaken bezat, waaronder een perceel met erfpacht en woning aan een adres op Curaçao.
Het bestuur trok bij besluit van 26 mei 2009 de bijstand in over de periode 1 juli 1997 tot 31 oktober 2008 en vorderde € 99.916,76 terug wegens het niet melden van deze onroerende zaken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat het bestuur niet bevoegd was en dat zij niet beschikten over de onroerende zaken. Deze gronden werden verworpen door de Raad.
De Raad oordeelde dat het bestuur bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de schending van de inlichtingenplicht. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij geen beschikking hadden over de onroerende zaken. Ook werd vastgesteld dat de terugvordering niet verjaard was, omdat het bestuur pas in 2008 op de hoogte was van de feiten. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.