ECLI:NL:CRVB:2013:769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- P.W. Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsverlening
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1994 en hadden een appartement in Turkije waarvan de waarde in 2009 werd vastgesteld op €32.500. Het college stelde vast dat appellanten geen melding hadden gedaan van een Turks pensioen en dat zij het appartement pas in mei 2009 verkochten, waarna zij de verkoop pas in december 2009 meldden. Het college legde daarom een maatregel op door de bijstand te verlagen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellanten werden verzocht bankafschriften te overleggen, maar voldeden hier niet tijdig aan, waarop het college de bijstand opschortte en later verder verlaagde. De rechtbank vernietigde deels de opgelegde maatregelen, waarna appellanten hoger beroep instelden.
De Centrale Raad oordeelde dat appellanten geen recht hadden op het vertrouwensbeginsel omdat het college geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan over het buiten beschouwing laten van het appartement. Ook was het verwijtbaar dat appellanten niet tijdig de gevraagde gegevens verstrekten, ondanks dat de termijn in overleg was vastgesteld en zij geen verzoek tot verlenging hadden gedaan.
De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraken en de opgelegde maatregelen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.