ECLI:NL:CRVB:2013:778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder van juli 2006 tot februari 2010. Na een melding van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst startte een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat zij vanaf juli 2007 samenwoonde met een man die een eigen woning onderverhuurde. Observaties en verklaringen toonden aan dat de man zijn hoofdverblijf bij appellante had en dat sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand over de periode juli 2007 tot februari 2010 in en vorderde de kosten terug. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze besluiten, stellende dat er geen gezamenlijke huishouding was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het bijstandverlenend orgaan aannemelijk had gemaakt dat appellante en de man een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op objectieve criteria zoals hoofdverblijf en wederzijdse zorg. De Raad verwierp het verweer van appellante en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.