ECLI:NL:CRVB:2013:779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending medewerkingsverplichting bij huisbezoek
Appellante ontving vanaf 2006 bijstand op grond van de WWB. Op 5 oktober 2011 vond een onaangekondigd huisbezoek plaats door ambtenaren van de gemeente ’s-Gravenhage om de juistheid van haar verstrekte gegevens te controleren. Tijdens dit bezoek weigerde appellante medewerking aan het openen van de meterkast, waar zich meerdere verzegelde plastic tassen bevonden.
Het college trok daarop haar bijstand met ingang van die dag in wegens schending van de medewerkingsverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde aan dat het verzoek om de meterkast te openen niet relevant was voor haar bijstand en dat er sprake was van oneigenlijk gebruik van bevoegdheden.
De Raad oordeelde dat het verzoek om de meterkast te openen gerechtvaardigd was, mede omdat de inhoud van de tassen relevant kon zijn voor het recht op bijstand. Bovendien had appellante kunnen verzoeken dat alleen de vrouwelijke ambtenaar de inhoud zou bekijken, wat zij naliet. De weigering tot medewerking was daarom onrechtmatig en rechtvaardigde de intrekking van de bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.