Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om hem een WGA-uitkering toe te kennen in plaats van een IVA-uitkering. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het UWV terecht de WGA-uitkering had toegekend omdat er op de datum in geding behandelmogelijkheden waren die kans op herstel boden.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en dat er op die datum geen behandelmogelijkheden waren. Hij bracht nieuwe medische informatie in, waaronder een e-mail van psychiater Köycü waarin zij zou terugkomen op haar eerdere verklaring, en stelde dat zijn verslavingsproblematiek herstel onmogelijk maakte. Tevens stelde appellant dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft aangenomen dat er behandelmogelijkheden waren en dat het feit dat deze behandelingen achteraf niet het gewenste resultaat hadden, niet tot een ander oordeel leidt. De Raad concludeert dat uit de e-mail van de psychiater niet blijkt dat zij haar eerdere verklaring heeft herroepen en dat de overige medische gegevens niet relevant zijn voor de datum in geding. Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn niet is overschreden.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Verzoek tot vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht een WGA-uitkering kreeg toegekend en wijst het hoger beroep af.