Uitspraak
26 juli 2012, 11/1749 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen brieven van het UWV waarin informatie werd verstrekt over in eerdere jaren verstrekte uitkeringen en nabetalingen. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brieven geen besluiten zijn volgens artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en oordeelde dat de brieven geen nieuwe besluiten bevatten, maar slechts herhalingen van eerder vastgestelde uitkeringsrechten. Appellant stelde in hoger beroep dat elke eenzijdige vaststelling van uitkeringsrechten als besluit moet worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep verwierp dit standpunt en bevestigde dat de brieven niet op rechtsgevolg zijn gericht en daarom geen besluiten zijn in de zin van de Awb. Het hoger beroep slaagde niet, de aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatiebrieven van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brieven geen besluiten zijn in de zin van de Awb.