ECLI:NL:CRVB:2013:893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen WWB
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg bij besluit van 20 augustus 2010 ontheffing van haar arbeidsverplichtingen vanwege depressieve klachten voor de periode van 13 juli 2010 tot 13 juli 2012. Dit besluit was gebaseerd op een adviesrapport van Aob Compaz. Het college verklaarde het bezwaar tegen dit besluit bij besluit van 18 november 2011 ongegrond. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de advisering van Aob Compaz niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand was gekomen en dat zij ontheffing moest krijgen van alle arbeidsverplichtingen. De Raad stelde echter vast dat de ontheffingstermijn inmiddels was verstreken en dat de arbeidsverplichtingen weer volledig van kracht zijn. Bovendien oordeelde de Raad dat een beoordeling van het oude adviesrapport geen feitelijke betekenis heeft voor toekomstige besluiten, die moeten worden gebaseerd op een actueel onderzoek.
De Raad concludeerde dat appellante geen actueel procesbelang heeft bij het hoger beroep, omdat het resultaat van het beroep niet meer kan worden bereikt en geen feitelijke betekenis heeft voor nieuwe besluitvorming. Ook was niet gesteld dat appellante schade had geleden door de besluitvorming. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.