ECLI:NL:CRVB:2013:895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- G. van Zeben-De Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks vrijspraak bijstandsfraude
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad over de terugvordering van bijstand die aan een alleenstaande ouder was verleend. Het college stelde dat appellant en betrokkene, met wie hij twee kinderen had, gedurende de periode hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en dus een gezamenlijke huishouding voerden. Dit leidde tot terugvordering van €33.216,68.
Het onderzoek van de sociale recherche, inclusief verklaringen van appellant, betrokkene en een getuige, ondersteunde het standpunt van het college. Appellant betwistte dit en bracht meerdere schriftelijke verklaringen aan, maar deze werden door de Raad niet overtuigend geacht. De Raad oordeelde dat het feitelijke samenwonen ondanks verschillende inschrijvingen in de GBA leidend is.
De Raad stelde ook vast dat de vrijspraak van appellant in een strafrechtelijke procedure wegens bijstandsfraude niet relevant is voor het bestuursrechtelijke oordeel over de terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.