ECLI:NL:CRVB:2013:900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige
Appellant ontving sinds 27 september 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek door de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Westland Interventie Team werd vastgesteld dat appellant vanaf 18 juli 2008 als zelfstandige werkzaam was en inkomsten had gegenereerd. Ondanks gesprekken en controles verstrekte appellant geen volledige informatie over zijn werkzaamheden, inkomsten en inschrijving in het handelsregister.
Het college trok daarom bij besluit van 2 maart 2010 de bijstand met ingang van 18 juli 2008 in en vorderde de betaalde bijstand terug tot een bedrag van €19.120,12 bruto. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij zijn inlichtingenplicht niet had geschonden en dat het college onjuist niet op maandbasis had onderzocht of bijstand moest worden herzien.
De Raad oordeelt dat appellant wel degelijk zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet alle relevante gegevens te verstrekken. Ook faalt het betoog dat het college de inkomsten op maandbasis had moeten beoordelen, aangezien appellant zelf alleen jaargegevens had verstrekt. Het beroep op de zesmaandenjurisprudentie wordt verworpen vanwege de schending van de inlichtingenplicht. De Raad bevestigt daarmee de intrekking en terugvordering van de bijstand en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.