ECLI:NL:CRVB:2013:910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en werd gecontroleerd in het kader van het project Haagse Pandbrigade. Tijdens een bezoek aan het opgegeven woonadres werd vastgesteld dat appellant daar niet daadwerkelijk woonde, wat leidde tot een onderzoek naar zijn werkelijke verblijfplaats.
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage besloot de bijstand op te schorten en later definitief in te trekken wegens het niet verstrekken van voldoende informatie over de verblijfplaats van appellant. Tevens werd een bedrag aan bijstandkosten teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij recht op bijstand had omdat hij tijdelijk bij een vriendin en op straat verbleef, maar kon dit niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwen. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor intrekking en dat de bevindingen van de Haagse Pandbrigade geldig waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen van appellant af, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting.