ECLI:NL:CRVB:2013:921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand naar geldlening wegens verzwegen en/of-rekening
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en beschikte volgens een IB-signaal over een bankrekening met een tegoed van ruim €26.000,- die zij niet had opgegeven. Deze rekening stond op naam van appellante en haar voormalige partner, en er werd een bedrag van €27.000,- overgemaakt naar de partner.
Het college stelde de bijstand herzien en verstrekte deze over een periode als geldlening vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Appellante voerde aan dat het tegoed aan haar partner toebehoorde en zij er niet over kon beschikken, en dat zij niet opnieuw gestraft mocht worden voor dezelfde gedraging.
De Raad oordeelde dat het tegoed op de en/of-rekening een bestanddeel van het vermogen van appellante vormde, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat het anders was. De overschrijving van €27.000,- was een daad waarvoor zij verantwoordelijk was, ook al stelde zij dat haar partner de overboeking had gedaan.
Het college was daarom bevoegd de bijstand als geldlening te verstrekken. De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht stond daar los van. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand naar geldlening bevestigd.