Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had op grond van een eerdere uitspraak recht op vergoeding van een traplift. Vervolgens vroeg zij een financiële tegemoetkoming voor installatie-, reparatie- en onderhoudskosten van de traplift, maar het college wees dit af omdat de nota’s niet binnen de vereiste termijn van zeven maanden na kostenmaking waren ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellante voerde aan dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen, omdat zij niet tijdig kon indienen vanwege de fysieke en geestelijke toestand van haar echtgenoot die de administratie verzorgde.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende waren om van de verordening af te wijken. Het college had terecht gewezen op de termijn en appellante had zelf of via een derde de administratie moeten regelen. Het beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om vergoeding van schade wordt niet toegewezen.