Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangvochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft om de tegemoetkoming in de kosten van bovenregionaal vervoer gefaseerd te beëindigen. Het college had dit besluit genomen omdat het verblijf van appellante in Mennorode, een vakantieoord en geen AWBZ-instelling, niet medisch noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde eerder een soortgelijk besluit vanwege onvoldoende onderzoek door het college. Na een nieuw besluit van het college bleef het bezwaar ongegrond. Appellante voerde aan dat zij vanwege haar medische situatie en sociale contacten in Mennorode aangewezen was op bovenregionaal vervoer en vroeg om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat appellante weliswaar een AWBZ-indicatie voor tijdelijk verblijf heeft en een persoonsgebonden budget ontvangt, maar dat Mennorode geen AWBZ-instelling is en het verblijf daar niet medisch noodzakelijk is. De keuze voor Mennorode was ingegeven door sociale contacten, maar dit rechtvaardigt geen vergoeding van bovenregionaal vervoer. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de tegemoetkoming in bovenregionaal vervoer bevestigd.