Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college beëindigde deze vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar partner, met wie zij vier kinderen heeft. Na meerdere aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand, die allen werden afgewezen, stelde appellante dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde en dat zij gewijzigde omstandigheden had aangetoond.
De Raad oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat sprake was van gewijzigde omstandigheden die haar recht op bijstand als alleenstaande ouder rechtvaardigden. Het college had uitgebreid onderzoek gedaan, waaronder huisbezoeken en verklaringen van buurtbewoners, die niet bevestigden dat de partner elders woonde. Ook de door appellante overgelegde verklaringen en verblijfsoverzichten werden onvoldoende geacht.
De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand had afgewezen en de voorschotten had teruggevorderd. De aanvragen om bijzondere bijstand werden eveneens afgewezen omdat appellante geacht werd een gezamenlijke huishouding te voeren. De verzoeken om vergoeding van proceskosten werden afgewezen en de aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen en bijzondere bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.