ECLI:NL:CRVB:2013:980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang dienstverband
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat hij bij aanvang van zijn dienstverband op 22 juli 2008 al volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV baseerde dit op onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat er sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. Appellant betwistte dit niet, maar verwees naar onderzoeken van de gemeente die tot andere bevindingen zouden leiden.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV het standpunt van de gemeente had moeten overnemen, maar de Centrale Raad van Beroep wijst dit af. Op grond van artikel 64 WIA Pro is het UWV bevoegd om vast te stellen of recht op uitkering ontstaat en moet het uitsluitingsgronden toepassen zoals genoemd in artikel 47 onder Pro c WIA.
De Raad concludeert dat appellant onder deze uitsluitingsgrond valt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang dienstverband.