ECLI:NL:CRVB:2013:981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 2010
Appellant werd door het UWV per 17 juni 2010 geweigerd voor een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was op 3 augustus 2010. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. In de beroepsfase vond een nieuw medisch onderzoek plaats met een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2010, waaruit bleek dat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct waren vastgesteld. De rapportage van de medisch adviseur gaf geen aanleiding tot aanvullende beperkingen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het medisch onderzoek pas in beroep toereikend was verricht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en bracht nieuwe medische verklaringen in, waaronder van een psychiater. De Raad overwoog dat de FML en het medisch onderzoek juist waren en dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot twijfel. De latere volledige arbeidsongeschiktheid per november 2012 was niet relevant voor de situatie per augustus 2010.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd dat appellant geen WIA-uitkering krijgt per 3 augustus 2010.