Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep
Centrale Raad van Beroep
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, had een werkleeraanbod en inkomensvoorziening toegekend aan betrokkene met toepassing van een schoolverlaterskorting van 15% vanaf het moment dat de studiefinanciering eindigde. Betrokkene had zijn MBO 4-opleiding echter eerder beëindigd en had reeds op 7 juni 2010 een verzoek om werkleeraanbod gedaan.
De rechtbank had het besluit van het college om de einddatum van de korting te wijzigen vernietigd, maar appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat artikel 33 van Pro de Wet investeren in jongeren duidelijk stelt dat het tijdstip van beëindiging van de studie bepalend is voor de aanvang van de zesmaandenperiode van korting, en niet het moment waarop de studiefinanciering eindigt.
Verder stelde de Raad dat het college al op het moment van het eerste werkleeraanbod op de hoogte had moeten zijn van de beëindiging van de opleiding, waardoor het doorlopen van de studiefinanciering tot 1 oktober 2010 niet relevant was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.