ECLI:NL:CRVB:2013:BY8122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht woonplaats
Appellant ontving sinds 2006 bijstand van de gemeente Vlaardingen en gaf een adres in Vlaardingen op als woonplaats. Naar aanleiding van een anonieme melding stelde de sociale recherche een onderzoek in naar zijn woon- en leefsituatie. Uit het onderzoek en een verklaring van appellant bleek dat hij feitelijk in een andere plaats verbleef en niet in Vlaardingen woonde.
Het college trok de bijstand in met ingang van 1 oktober 2010 en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug over de periode van 1 februari 2010 tot en met 30 september 2010. Appellant maakte bezwaar, maar het college verklaarde deze ongegrond. De rechtbank Rotterdam wees het beroep van appellant af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij weliswaar vaak elders verbleef om een zieke vriend te verzorgen, maar dat zijn domicilie in Vlaardingen bleef. De Raad oordeelde dat de verklaring die appellant aan de sociale recherche had gegeven, die hij later niet overtuigend had ontkracht, leidend was. De onderzoeksbevindingen ondersteunden dat appellant niet in Vlaardingen woonde. De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde, en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht over de woonplaats worden bevestigd.