ECLI:NL:CRVB:2013:BY8251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en geen bijzonder geval
Appellant vroeg op 6 maart 2009 een Wajong-uitkering aan, waarbij het UWV het recht op uitkering beoordeelde vanaf maximaal één jaar voor de aanvraagdatum, dus vanaf 6 maart 2008. Uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant op die datum geschikt was voor gangbare functies en geen verlies aan verdiencapaciteit had.
Appellant stelde dat zijn beperkingen, met name op sociaal functioneren en door psychiatrische problematiek, onderschat waren en dat er sprake was van een bijzonder geval waardoor de uitkering per zijn 18e verjaardag in 1986 zou moeten ingaan. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden echter dat appellant toen en ook in 2008 niet voldoende arbeidsongeschikt was en dat er geen aanwijzingen waren voor een bijzonder geval.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het gewijzigde besluit van het UWV. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant geen recht had op een Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van een bijzonder geval.