ECLI:NL:CRVB:2013:BY8447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.C.W. Lange
- C.P.N. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking toeslag op grond van Toeslagenwet wegens niet tot huishouden behorende kinderen
Appellant ontving vanaf 8 februari 2005 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW), waarbij werd aangenomen dat zijn kinderen tot zijn huishouden behoorden. Later bleek dat de kinderen sinds 27 april 2006 in Egypte verbleven en uitgeschreven waren uit de Gemeentelijke Basisadministratie. Het UWV trok daarop de toeslag in, vorderde teveel betaalde bedragen terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van een dubbele huishouding omdat de kinderen drie maanden per jaar bij hem verbleven, waardoor geen reden was voor herziening, terugvordering of boete. De Raad oordeelde dat het begrip 'behoren tot het huishouden' wordt beoordeeld naar feitelijke omstandigheden, en dat de kinderen het grootste deel van het jaar in Egypte verbleven en niet meer op het adres van appellant stonden ingeschreven.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van een dubbele huishouding en dat appellant ten onrechte toeslag heeft ontvangen. Het UWV was verplicht de toeslag te herzien en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De boete werd terecht opgelegd vanwege het niet melden van de wijziging, maar de hoogte werd vastgesteld op het minimale bedrag van €52. De Raad vernietigde het besluit over de boete en bevestigde de overige besluiten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd en een boete van €52 wordt opgelegd.