ECLI:NL:CRVB:2009:BH7780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en boete bij niet-opgave reisuren zelfstandige werkzaamheden
Appellant, voormalig auditing manager, ontving een WW-uitkering en verrichtte daarnaast zelfstandige werkzaamheden, waaronder colleges geven en meewerken aan een boek. Het Uwv stelde vast dat appellant reisuren die bij deze werkzaamheden horen niet had opgegeven, wat leidde tot herziening van de uitkering en een boete.
De Raad oordeelde dat de reisuren als gewerkte uren moeten worden aangemerkt omdat zij zijn gemaakt met het oog op inkomstenverwerving. Appellant mocht er niet op vertrouwen dat deze uren niet hoefden te worden opgegeven, waardoor hij zijn inlichtingenplicht niet volledig nakwam. Het Uwv heeft de WW-uitkering daarom terecht herzien.
Echter, de Raad vond geen verwijtbaarheid aan appellant toe te rekenen voor het niet opgeven van de reisuren, omdat hij redelijkerwijs kon aannemen dat deze uren niet als productieve uren hoefden te worden opgegeven en de regelgeving hierover niet direct inzichtelijk was. Daarom vernietigde de Raad het boetebesluit en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Herziening WW-uitkering bevestigd, boete vernietigd wegens gebrek aan verwijtbaarheid.